zaterdag 20 april 2013
Nieuws? Nieuws!
Veertig kinderboekenschrijvers die tegelijk voorlezen op de eerste dag van De week van het luisterboek, in Het jaar van het voorlezen in een kinderboekwinkel is voor het jeugdjournaal alleen nieuws als álle kinderboekwinkels in moeilijkheden zijn, anders is het niet bijzonder genoeg en heeft het geen nieuwswaarde.
Niet alle kinderboekwinkels zijn in moeilijkheden. Er zijn zelfs kinderboekwinkels die het prima doen, denk ik. Net zo goed als niet alle volwassen boekwinkels het moeilijk hebben en niet alle uitgeverijen. Er zijn zelfs kinderboekenschrijvers die kunnen leven van hun pen. Dus is het niet interessant voor het jeugdjournaal.
En het lijkt erg klein, zo'n boekwinkeltje in Limburg. Wie maalt daar nou om? Tja, wie maalt daar om? Kinderen? Dat zou kunnen, maar het lijkt mij wat stug. Jazeker er zijn nogal wat kinderen die graag bij ons hun boeken kopen, maar kinderen zijn gewend dat zij niet bepalen wat er in hun leven blijft. Of vader en moeder samen, of hun huis hun thuis, of ze doorgaan met hun klas of zitten blijven. Grote beslissingen gaan over hen heen en daar hebben ze doorgaans vrede mee.
Het sluiten van de Boekenwurm is een grotemensenprobleem. Volwassenen kunnen overzien waarom het belangrijk is dat kinderen lezen. Zij hebben belang bij een plek waar zij boeken kunnen bemachtigen die kinderen willen lezen. Boeken die de kinderen mogen houden. Boeken die in keurige rijtjes op nummer in kastjes worden gezet of in stapeltjes door het huis slingeren. Boeken die herlezen worden totdat de ruggetjes loslaten en die zij later aan hun eigen kinderen aanbieden, die er hun neus voor zullen ophalen, want elke generatie heeft zijn eigen helden.
Volwassenen zijn zonder kinderboekenkenners tamelijk hulpeloos. Ze kennen en koesteren namelijk alleen die eigen helden. Schrijvers van kinderboeken hebben daardoor bij voorbaat een achterstand als het om beroemdheid gaat. Noem veertig namen van hedendaagse kinderboekenauteurs en de kans is groot dat volgroeid Nederland de schouders ophaalt: "Nooit van gehoord"
Aan kinderen hebben kinderboekenmakers ook weinig voor roem. Kinderen letten niet zo op schrijvers, hun helden leven in het boek. Het zal hun worst wezen, dat Kolletje van Feller, Agent en Boef van Veldkamp en de Boer, Mees Kees van Oldenhave is. Een eenzame enkeling weet als schrijver naam te maken, maar ook die bekendheid is beperkt. Zelfs Oomen, Stilton, van Loon en Vriens doen uiteindelijk weinig bellen rinkelen bij volwassenen.
Prijzen helpen daar niet en recensies evenmin. Dat komt alleen aan bij de mensen die toch al belangstelling voor kinderboeken hebben. Volwassenen die er niks van weten kopen een 'bekroond boek' omdat ze dat als een kwaliteitsgarantie zien, waar ze gelijk in hebben. Al garanderen wij dan niet het leesplezier. Dat zou wel eens groter kunnen zijn bij het onbekende boek ernaast. Er zullen sowieso veel volwassen kopers zijn die titel noch auteur onthouden van hun geschenk. Ze vertrouwen op ons.
Wij kunnen twee dingen doen. Het boek in handen duwen dat gegarandeerd succesvol is, dat in de verkoop toptien staat, op internet boven komt drijven en in elke supermarkt ligt. Of wij wijzen op de alternatieven, de verrassingen, de nieuwe namen.
Schrijvers en uitgevers hebben baat bij goede boekhandels en veertig schrijvers hebben daarom het probleem van een kleine specialistische boekhandel in een uithoek van het land aangegrepen om dat duidelijk te maken. Dat is nog nooit gebeurd, dat is bijzonder en dat is volgens mij de definitie van nieuws. Grotemensennieuws!
Maandag 22 april om 14.30 u lezen veertig schrijvers tegelijk voor in De Boekenwurm Maastricht. Een uitgelezen moment voor volwassenen om het belang van specialistische boekhandels te onderschrijven. Kom luisteren!
dinsdag 2 april 2013
Herrijzen
Mijn boekbladblog van vandaag
Kom op, niet huilen, het komt vast goed, gewoon je schouders eronder, niet opgeven.
Maar als ik ga pinnen om wat flesjes wijn te betalen voor de mensen die komen meedenken over mijn winkel, geeft het apparaat aan dat er geen saldo is. Geen saldo! Geen saldo op de rekening waarvan ik over twee dagen 2800 euro huur moet betalen. Ik kan alleen maar zo snel mogelijk het spaargeld aanspreken dat ik vergaard heb om, mocht ik iets krijgen, een paar weken vervanging te regelen en mocht ik niks krijgen, als mijn pensioen te gebruiken.
Als ik met deze winkel doorga, vreet die mijn toekomst op en veel tijd is daar niet voor nodig. Een gedachte die mij de hele dag labiel weet te houden.
Witte Donderdag bleek de avond die ik uitgekozen had om over mijn bedrijf na te denken.
Er was wijn, er waren meelproducten en er waren heel veel toegewijden. In tegenstelling tot de centrale figuur op die beslissende bijeenkomst was mij bevolen zo veel mogelijk mijn mond te houden, maar ik moet toegeven, dat bevel was op eigen verzoek. Er is veel gezegd deze donderdag, en geopperd en bedacht en voorgesteld. Het was een fijne avond, die lang duurde, in mijn hoofd bleef zitten en die ’s morgens verderging alsof ik niet geslapen had.
‘Boekkopers moeten beseffen dat zij hun boeken bij de fysieke boekhandel moeten kopen, als ze willen dat die blijft bestaan’, werd bepleit. En dat is waar. Maar wat als het de boekkopers niet kan schelen? Zij zoeken het product, en gemak dient de mens. Wat kan het hun schelen of er uitgevers zijn die een prachtig fonds hebben met pareltjes ertussen? Wat niet weet wat niet deert, als de behoefte maar bevredigd wordt: een goed boek. Wat kan het de lezer schelen dat er schrijvers zijn die zij niet kennen? Er zijn er zat die ze wel kennen en de paar nieuwelingen die boven komen drijven, lijken het aanbod toch wel te verfrissen.
Wat is het nut van de fysieke boekhandel als de keuzes van het scherm spatten? Misschien moet de boekhandel in de straat maar weg. Dan maken we een knus digitaal boekenboetiekje waar je advies op maat kunt krijgen, desnoods telefonisch, en je het boekje dat je wenst, downloadt of opgestuurd krijgt. Klantvriendelijker kan het internet niet zijn en de boekverkoper heeft geen last van huur, dure voorraad, interieur of etalages. Hij werkt wanneer er klanten zijn en is een vrij mens op alle andere momenten.
Wat nou geur, bladerplezier, reliëf, materiaal, drukpracht, verrassing, onverwachte ontmoetingen, gesprekken, herinneringen, schrijvers? Gaan we nou weer zeiken over beleving? Het woord van deze eeuw, dat beleeft maar en beleeft maar en het liefst met een kop koffie. Als je dat allemaal zo belangrijk vindt, dan betaal je daar toch voor? Dan koop je een entreekaartje of je wordt lid en dan ga je lekker beleven. Oh, dat is niet de bedoeling? Het beleven moet gratis en je wilt verleid worden tot het kopen van een boek en dan moet de belevingsbieder kunnen leven van wat hij aan die boekenverkoop overhoudt.
Dat heet een boekhandel, mensen, en dat bestaat al, of moet ik zeggen ‘nog’?
Voor de Boekenwurm is het einde in zicht en ja, er zijn mogelijkheden om hem te behouden, maar dat vergt heel sterke schouders en heel veel liefde en idealisme en visie en kennis en allerlei vaardigheden van handig met een schroevendraaier tot het bewerken van ambtenaren; en tijd en energie en punctualiteit en structuur en een netwerk en taalvaardigheid en creativiteit en ICT-handigheid en fysieke kracht. En als dat er allemaal is, dan kan er misschien weer genoeg geld binnenkomen om iemand ervan te laten leven.
Witte Donderdag was een bijzondere avond, maar misschien was het geen toeval dat ik daarom op Goede Vrijdag de Boekenwurm zag sterven. Pasen is het feest van de herrijzenis, van het nieuwe leven. Je zou er bijna gelovig van worden, al denk ik niet dat het in drie dagen zal lukken, en ik kan het zeker niet alleen!
Kom op, niet huilen, het komt vast goed, gewoon je schouders eronder, niet opgeven.
Maar als ik ga pinnen om wat flesjes wijn te betalen voor de mensen die komen meedenken over mijn winkel, geeft het apparaat aan dat er geen saldo is. Geen saldo! Geen saldo op de rekening waarvan ik over twee dagen 2800 euro huur moet betalen. Ik kan alleen maar zo snel mogelijk het spaargeld aanspreken dat ik vergaard heb om, mocht ik iets krijgen, een paar weken vervanging te regelen en mocht ik niks krijgen, als mijn pensioen te gebruiken.
Als ik met deze winkel doorga, vreet die mijn toekomst op en veel tijd is daar niet voor nodig. Een gedachte die mij de hele dag labiel weet te houden.
Witte Donderdag bleek de avond die ik uitgekozen had om over mijn bedrijf na te denken.
Er was wijn, er waren meelproducten en er waren heel veel toegewijden. In tegenstelling tot de centrale figuur op die beslissende bijeenkomst was mij bevolen zo veel mogelijk mijn mond te houden, maar ik moet toegeven, dat bevel was op eigen verzoek. Er is veel gezegd deze donderdag, en geopperd en bedacht en voorgesteld. Het was een fijne avond, die lang duurde, in mijn hoofd bleef zitten en die ’s morgens verderging alsof ik niet geslapen had.
‘Boekkopers moeten beseffen dat zij hun boeken bij de fysieke boekhandel moeten kopen, als ze willen dat die blijft bestaan’, werd bepleit. En dat is waar. Maar wat als het de boekkopers niet kan schelen? Zij zoeken het product, en gemak dient de mens. Wat kan het hun schelen of er uitgevers zijn die een prachtig fonds hebben met pareltjes ertussen? Wat niet weet wat niet deert, als de behoefte maar bevredigd wordt: een goed boek. Wat kan het de lezer schelen dat er schrijvers zijn die zij niet kennen? Er zijn er zat die ze wel kennen en de paar nieuwelingen die boven komen drijven, lijken het aanbod toch wel te verfrissen.
Wat is het nut van de fysieke boekhandel als de keuzes van het scherm spatten? Misschien moet de boekhandel in de straat maar weg. Dan maken we een knus digitaal boekenboetiekje waar je advies op maat kunt krijgen, desnoods telefonisch, en je het boekje dat je wenst, downloadt of opgestuurd krijgt. Klantvriendelijker kan het internet niet zijn en de boekverkoper heeft geen last van huur, dure voorraad, interieur of etalages. Hij werkt wanneer er klanten zijn en is een vrij mens op alle andere momenten.
Wat nou geur, bladerplezier, reliëf, materiaal, drukpracht, verrassing, onverwachte ontmoetingen, gesprekken, herinneringen, schrijvers? Gaan we nou weer zeiken over beleving? Het woord van deze eeuw, dat beleeft maar en beleeft maar en het liefst met een kop koffie. Als je dat allemaal zo belangrijk vindt, dan betaal je daar toch voor? Dan koop je een entreekaartje of je wordt lid en dan ga je lekker beleven. Oh, dat is niet de bedoeling? Het beleven moet gratis en je wilt verleid worden tot het kopen van een boek en dan moet de belevingsbieder kunnen leven van wat hij aan die boekenverkoop overhoudt.
Dat heet een boekhandel, mensen, en dat bestaat al, of moet ik zeggen ‘nog’?
Voor de Boekenwurm is het einde in zicht en ja, er zijn mogelijkheden om hem te behouden, maar dat vergt heel sterke schouders en heel veel liefde en idealisme en visie en kennis en allerlei vaardigheden van handig met een schroevendraaier tot het bewerken van ambtenaren; en tijd en energie en punctualiteit en structuur en een netwerk en taalvaardigheid en creativiteit en ICT-handigheid en fysieke kracht. En als dat er allemaal is, dan kan er misschien weer genoeg geld binnenkomen om iemand ervan te laten leven.
Witte Donderdag was een bijzondere avond, maar misschien was het geen toeval dat ik daarom op Goede Vrijdag de Boekenwurm zag sterven. Pasen is het feest van de herrijzenis, van het nieuwe leven. Je zou er bijna gelovig van worden, al denk ik niet dat het in drie dagen zal lukken, en ik kan het zeker niet alleen!
donderdag 28 maart 2013
Toekomst
Terwijl ik vanmorgen mijn voeten masseerde met een goedkoop maar grandioos crèmepje van het Kruidvat, bedacht ik dat ik morgen bij dit werkje misschien heel anders naar de toekomst zou kijken.
Het gaat niet goed met De Boekenwurm, wat dat betreft niks nieuws onder de zon. De verkopen nemen af en de stiltes in de winkel worden langer en dieper. Als het zo doorgaat, moet de tent dicht. Wanneer je daarover praat, krijg je veel adviezen: waarom organiseer je geen voorleesmiddagen? Benader scholen, ga samenwerken met de bibliotheek en zo meer. Je wilt mensen niet voor het hoofd stoten, maar je beseft toch hoe treurig het is dat ze blijkbaar niet weten dat je dat allemaal al doet, gedaan hebt en op je lijstje hebt staan.
En daarbij: dat levert niet genoeg op. Wat zeg ik: dat levert vrijwel niets op. Eigenlijk kun je stellen dat wanneer het werk van De Boekenwurm bekostigd moet worden uit de verkoop van boeken er niet genoeg binnenkomt. En de kans dat dat verandert in deze tijden van crises en afnemende kinderaantallen is minimaal. Er moet dus heel anders gedacht gaan worden.
Vanavond heb ik daarom een groep mensen van allerlei pluimage uitgenodigd om mee te denken over De Boekenwurm. Eerst dacht ik nog dat ik als discussiepunt moest aanvoeren of men er belang bij heeft dat De Boekenwurm blijft bestaan, maar dat kan ik overslaan. De gretigheid en de interesse waarmee mensen de uitnodiging aannamen, is meer dan veelzeggend. Vanavond gaan we dus meteen ter zake komen. Hoe is de situatie? Wat moet anders? En wat kunnen we doen om dat te bereiken?
Ik heb een beamer, een scherm, een verbindingskabeltje voor de iPad, een koffiezetapparaat dat ook thee kan maken, wit papier en Post-its, dikke stiften, als we de paaltjes kunnen omzeilen genoeg stoelen voor dertig à veertig mensen en een gespreksleider. Vanavond wordt een belangrijke avond.
Boekbladblog van vandaag
Het gaat niet goed met De Boekenwurm, wat dat betreft niks nieuws onder de zon. De verkopen nemen af en de stiltes in de winkel worden langer en dieper. Als het zo doorgaat, moet de tent dicht. Wanneer je daarover praat, krijg je veel adviezen: waarom organiseer je geen voorleesmiddagen? Benader scholen, ga samenwerken met de bibliotheek en zo meer. Je wilt mensen niet voor het hoofd stoten, maar je beseft toch hoe treurig het is dat ze blijkbaar niet weten dat je dat allemaal al doet, gedaan hebt en op je lijstje hebt staan.
En daarbij: dat levert niet genoeg op. Wat zeg ik: dat levert vrijwel niets op. Eigenlijk kun je stellen dat wanneer het werk van De Boekenwurm bekostigd moet worden uit de verkoop van boeken er niet genoeg binnenkomt. En de kans dat dat verandert in deze tijden van crises en afnemende kinderaantallen is minimaal. Er moet dus heel anders gedacht gaan worden.
Vanavond heb ik daarom een groep mensen van allerlei pluimage uitgenodigd om mee te denken over De Boekenwurm. Eerst dacht ik nog dat ik als discussiepunt moest aanvoeren of men er belang bij heeft dat De Boekenwurm blijft bestaan, maar dat kan ik overslaan. De gretigheid en de interesse waarmee mensen de uitnodiging aannamen, is meer dan veelzeggend. Vanavond gaan we dus meteen ter zake komen. Hoe is de situatie? Wat moet anders? En wat kunnen we doen om dat te bereiken?
Ik heb een beamer, een scherm, een verbindingskabeltje voor de iPad, een koffiezetapparaat dat ook thee kan maken, wit papier en Post-its, dikke stiften, als we de paaltjes kunnen omzeilen genoeg stoelen voor dertig à veertig mensen en een gespreksleider. Vanavond wordt een belangrijke avond.
Boekbladblog van vandaag
vrijdag 22 maart 2013
Borgen
Lezen en leesplezier is, zelfs in het onderwijs, waar het topprioriteit zou moeten hebben, in de praktijk vaak een ondergeschoven kindje. Wanneer ik dus van de gemeente bericht krijg dat de leesbevordering in Maastricht is geborgd, dan word ik kritisch. Zeker als daarmee bedoeld wordt dat mijn werk overbodig is. Maar voordat ik ga schieten, zoek ik het even op, het woord ‘borgen’.
Via Van Dale en Encyclo.nl oogst ik: ‘beveiligen tegen losgaan’, ‘beschermen tegen verwateren’, ‘maatregelen treffen zodat iets in orde blijft’, ‘uitstel verlenen’ en ‘crediteren, lenen, poffen’. Uit het puzzelwoordenboek: afgrendelen, sluiten, beveiligen, dichtmaken, dichtdoen en klissen. Borgen, borgde, heeft geborgd.
Ik vind nergens een vervoeging met ‘zijn’, er ís dus niks geborgd. Laat staan dat het in orde was. Gelooft u mij, in Maastricht is nog heel erg veel voor verbetering vatbaar, vooral als het gaat om het structureel implanteren van het bevorderen van het leesplezier in het onderwijs. Wanneer hier woorden bij staan die niet helemaal... Enfin, u weet hoe het werkt.
Gistermorgen opende de wethouder de (eerste) bibliotheek op school (dBOS) in Maastricht. Ik werd teleurgesteld. Behalve dat ze promoveerde tot hoogste baas van de bieb en een ballon losliet, bestond haar woordje uit te zeggen dat ze vroeger graag Wipneus en Pim las. Goed, er zat een groep wiebelende kinderen op de grond, iets wat kinderen vaak wordt aangedaan, en er waren nogal wat praatjes waar die getormenteerde billen en benen naar moesten luisteren, dus ik heb mij neergelegd bij alleen maar lollig. En de kinderen hoef je daar ook niet mee lastig te vallen. Gun hen een feestje.
Toch had ik verwacht dat dit, ook door de pers, goed bezochte moment benut zou worden om duidelijk te maken waarom het nodig is dat het lezen bevorderd wordt en hoe ze dat dan willen doen. Ik miste de ouders, ik miste de kinderopvang, de peuterspeelzaal, de wat-heb-je-allemaal-nog-meer-in-een-kindcentrum, kortom: ik miste de volwassenen die overtuigd moeten worden van het belang van lezen. Nog korter om, ik zag veel gemiste kansen.
De bibliotheek zelf was mooi, gezellig, maar klein. 2600 boeken voor 480 kinderen. Opgedeeld in categorieën ben je er als fervent bovenbouwlezer in een paar maanden doorheen en geloof me, op scholen waar lezen structureel gestimuleerd wordt, heb je veel(-)lezers die wel wat lusten. De collectie zat goed in elkaar, maar ik had ook niet anders verwacht, met de begeleiding en de tijd die erin gestopt is. Ik was geroerd door de gedrevenheid van de leerkrachten, de ouders en de bibliotheekmensen die het in elkaar hebben gestoken. Er is een bezoekschema voor de klassen, er zijn vrijwilligers, er is een computersysteem en er is een mooie begincollectie boeken. Het fundament ligt, nu begint het bouwen aan inhoudelijke kennis, het bewerkstelligen van de natuurlijke integratie van het lezen in het schoolsysteem en onderhoud en opbouw van het boekenaanbod. Nu begint de leesbevordering.
Ik hoop dat het hen gaat lukken om deze, helaas wat verstopt gelegen, schoolbibliotheek een bron van leesplezier te maken, waar de leerlingen zich aan zullen laven. Dat wordt de grootste uitdaging, ervoor zorgen dat de boeken daar niet alleen maar de bieb borgen, maar gelezen worden en nog eens en nog eens totdat de vellen erbij hangen. Het kan!
Toch overschreeuwt de gemeente zichzelf met de bewering dat de leesbevordering hier is geborgd door dBOS. Natuurlijk verhoogt dBOS de bereikbaarheid van boeken voor kinderen en kan dat zelfs maximaal maken bij een strategische plaatsing en een optimale inloopmogelijkheid. Echter, totdat lezen en het gebruik van het boekenaanbod zo vanzelfsprekend zijn dat er geen leescoördinatoren en speciale acties nodig zijn, is leesbevordering noodzakelijk. Pas als het zichzelf overbodig maakt, is het klaar.
Zo bekeken is de leesbevordering in Maastricht in elk geval nog lang niet geborgd, of misschien zelfs bedroevend goed geborgd. ’t Is maar hoe je het definieert.
vrijdag 1 februari 2013
Cactus
Ik probeer mij Maastricht zonder kinderboekwinkel voor te stellen. Het kan, want vijfenveertig jaar geleden was er ook geen en de stad bestond toch.
Mensen kochten boekjes voor hun kinderen bij de algemene boekwinkel, die daarvoor een kastje had staan. De keuze was beperkt en, afhankelijk van de boekhandelaar, meestal toegespitst op verkoopresultaat. Het belang van leesbevordering was nul, want kinderen gingen toen nog vanzelf lezen, of niet. En over een invloed van lezen op het brein werd al helemaal niet nagedacht.
Ach en het internet, dat alsmaar de schuld krijgt. Wat moet je ook met een kinderboekwinkel als alles op internet te vinden is? Nou ja, ik keek eens even bij Bol en stelde wat vragen die ik in de winkel regelmatig krijg. Bij specifieke vragen lukte het nog wel. Er kwamen wat titels boven, waarvan ik niet de kwaliteit kon beoordelen, maar in elk geval wel enkele ideeën kreeg en als ik dan keek bij deze boeken werden ook bekeken, zat daar soms nog wel eens iets tussen dat eveneens bruikbaar leek.
Maar toen ik intoetste: meisje acht jaar (een formulering die het vaakst komt: geslacht plus leeftijd) kreeg ik 811 pagina's die beginnen met een berg huiswerkboekjes en enkele boeken die helemaal niet geschikt zijn voor kinderen in groep vier of vijf. Een aantal bladzijden verder was ik nog geen leesboek voor die doelgroep tegengekomen. Ik gaf het op. Wat zit er in zo'n geval anders op dan het meisje te bellen en te vragen welk boek ze wil hebben?
Wat zou er gebeuren als kinderen altijd zo hun voedsel aangereikt krijgen? Zou hun smaak verbreden? Zouden ze eens iets kiezen wat ze niet kennen, maar dat wel heel goed bij hen past? De kans is groot, dat ze vooral pasta en friet kiezen. En na een poos weten ze niet beter of eten ìs pasta of friet.
Zo zal het ook met boeken gaan. Want internet kan veel, maar het kan niet lezen, kan de klant niet in de ogen kijken en zien welke situatie de vraag veroorzaakt en hoe de koper daar zelf in staat. Internet heeft alleen gevoel voor massa. Literaire kwaliteit en emotionele of sociale argumenten om een boek te kiezen, kan het niet beoordelen. Het zal dus altijd tonen wat het meest gevraagd wordt. En dat zijn de boeken die 'iedereen' kent: De hardste schreeuwers op internet, de geluksvogels die op televisie worden besproken, de marketingkoningen.
De internetboekwinkel is namelijk gebouwd voor de klant die weet wat hij zoekt, niet voor de (groot)ouder die iets moet hebben voor iemand waar ze niet alleen veel van houden, maar die ze ook willen helpen ontwikkelen. Of voor de leerkracht die de plicht heeft kinderen aan het lezen te krijgen, maar de kennis of de interesse daarvoor niet heeft en vaak zelf overgehaald moet worden om te lezen. Of voor de oom, tante, buurvrouw die het kind maar een beetje kennen en die soms zelfs geen idee hebben wat een kind is.
De internetboekwinkel schopt niemand onder zijn kont, zet niemand op een ander been, brengt niemand op een hoger plan, maar levert alleen maar. Geschikt of ongeschikt, dat maakt niet uit, als de klant maar betaalt.
Nergens is specialisme zo goedkoop als in de kinderboekwinkel. Klanten vinden het vaak niet meer dan normaal om de specialistische kennis van de boekverkoper voor een half uur in te zetten om vervolgens een boekje van 4,95 te kiezen en het ook nog cadeau in te laten pakken met boekenlegger en gratis tasje, of nog erger helemaal geen boek kopen, omdat ze geen keuze kunnen maken, of aan het einde van de rit te zeggen: 'het is wel zwaar zo’n boek, ik koop het liever in mijn eigen stad, anders moet ik er zo mee sjouwen. Dank u wel voor uw advies'. Dat weet je als winkelier. Je neemt dat op de koop toe zolang die klanten gecompenseerd worden door voldoende anderen die wel substantieel bijdragen aan het bestaan van je winkel.
Wanneer die compensatie er niet meer voldoende is, moet je je als winkelier op je hoofd gaan krabben. Wat, als jij weet dat je noodzakelijk bent, maar dat die noodzakelijkheid zich niet uitbetaalt, blijf je dan doorsukkelen tot het besef doordringt of stop je ermee en zoek je andere wegen om het lezen te bevorderen? Er zal toch brood op de plank moeten, immers idealen zijn niet eetbaar en je kunt er je kind niet van laten studeren.
Bij de verhuizing naar de Mariastraat kreeg ik een cactus cadeau, met de opmerking: 'blijven prikkelen'. Het was een goed cadeau en niet alleen om die gedachte. Cactussen kunnen het, net als boekhandelaren, lang volhouden op weinig, maar niet eeuwig.
(Mijn boekbladblog van vandaag)
Mensen kochten boekjes voor hun kinderen bij de algemene boekwinkel, die daarvoor een kastje had staan. De keuze was beperkt en, afhankelijk van de boekhandelaar, meestal toegespitst op verkoopresultaat. Het belang van leesbevordering was nul, want kinderen gingen toen nog vanzelf lezen, of niet. En over een invloed van lezen op het brein werd al helemaal niet nagedacht.
Ach en het internet, dat alsmaar de schuld krijgt. Wat moet je ook met een kinderboekwinkel als alles op internet te vinden is? Nou ja, ik keek eens even bij Bol en stelde wat vragen die ik in de winkel regelmatig krijg. Bij specifieke vragen lukte het nog wel. Er kwamen wat titels boven, waarvan ik niet de kwaliteit kon beoordelen, maar in elk geval wel enkele ideeën kreeg en als ik dan keek bij deze boeken werden ook bekeken, zat daar soms nog wel eens iets tussen dat eveneens bruikbaar leek.
Maar toen ik intoetste: meisje acht jaar (een formulering die het vaakst komt: geslacht plus leeftijd) kreeg ik 811 pagina's die beginnen met een berg huiswerkboekjes en enkele boeken die helemaal niet geschikt zijn voor kinderen in groep vier of vijf. Een aantal bladzijden verder was ik nog geen leesboek voor die doelgroep tegengekomen. Ik gaf het op. Wat zit er in zo'n geval anders op dan het meisje te bellen en te vragen welk boek ze wil hebben?
Wat zou er gebeuren als kinderen altijd zo hun voedsel aangereikt krijgen? Zou hun smaak verbreden? Zouden ze eens iets kiezen wat ze niet kennen, maar dat wel heel goed bij hen past? De kans is groot, dat ze vooral pasta en friet kiezen. En na een poos weten ze niet beter of eten ìs pasta of friet.
Zo zal het ook met boeken gaan. Want internet kan veel, maar het kan niet lezen, kan de klant niet in de ogen kijken en zien welke situatie de vraag veroorzaakt en hoe de koper daar zelf in staat. Internet heeft alleen gevoel voor massa. Literaire kwaliteit en emotionele of sociale argumenten om een boek te kiezen, kan het niet beoordelen. Het zal dus altijd tonen wat het meest gevraagd wordt. En dat zijn de boeken die 'iedereen' kent: De hardste schreeuwers op internet, de geluksvogels die op televisie worden besproken, de marketingkoningen.
De internetboekwinkel is namelijk gebouwd voor de klant die weet wat hij zoekt, niet voor de (groot)ouder die iets moet hebben voor iemand waar ze niet alleen veel van houden, maar die ze ook willen helpen ontwikkelen. Of voor de leerkracht die de plicht heeft kinderen aan het lezen te krijgen, maar de kennis of de interesse daarvoor niet heeft en vaak zelf overgehaald moet worden om te lezen. Of voor de oom, tante, buurvrouw die het kind maar een beetje kennen en die soms zelfs geen idee hebben wat een kind is.
De internetboekwinkel schopt niemand onder zijn kont, zet niemand op een ander been, brengt niemand op een hoger plan, maar levert alleen maar. Geschikt of ongeschikt, dat maakt niet uit, als de klant maar betaalt.
Nergens is specialisme zo goedkoop als in de kinderboekwinkel. Klanten vinden het vaak niet meer dan normaal om de specialistische kennis van de boekverkoper voor een half uur in te zetten om vervolgens een boekje van 4,95 te kiezen en het ook nog cadeau in te laten pakken met boekenlegger en gratis tasje, of nog erger helemaal geen boek kopen, omdat ze geen keuze kunnen maken, of aan het einde van de rit te zeggen: 'het is wel zwaar zo’n boek, ik koop het liever in mijn eigen stad, anders moet ik er zo mee sjouwen. Dank u wel voor uw advies'. Dat weet je als winkelier. Je neemt dat op de koop toe zolang die klanten gecompenseerd worden door voldoende anderen die wel substantieel bijdragen aan het bestaan van je winkel.
Wanneer die compensatie er niet meer voldoende is, moet je je als winkelier op je hoofd gaan krabben. Wat, als jij weet dat je noodzakelijk bent, maar dat die noodzakelijkheid zich niet uitbetaalt, blijf je dan doorsukkelen tot het besef doordringt of stop je ermee en zoek je andere wegen om het lezen te bevorderen? Er zal toch brood op de plank moeten, immers idealen zijn niet eetbaar en je kunt er je kind niet van laten studeren.
Bij de verhuizing naar de Mariastraat kreeg ik een cactus cadeau, met de opmerking: 'blijven prikkelen'. Het was een goed cadeau en niet alleen om die gedachte. Cactussen kunnen het, net als boekhandelaren, lang volhouden op weinig, maar niet eeuwig.
(Mijn boekbladblog van vandaag)
maandag 28 januari 2013
Leer hem lezen!
Terwijl de dooi de sneeuw kletterend van mijn afdak op mijn stoepje gooit, lees ik in de Volkskrant van dit weekend over wassend water en veranderde ecosystemen. Een nachtmerrie voor iedereen die van beheersing houdt. De wereld verandert, want de wereld leeft. En van alles wat leeft, is de mens misschien wel het wezen dat het minst verandert, omdat het het enige is dat tegen de stroom op probeert te zwemmen. Zoe wie ut vreuger waor zoe mot ut blieve.
Ik las ook de column van een plaatselijke schrijver in het gratis wekelijkse bijpraatkrantje. De woede spatte ervan af. Hij schreef over de zwakke straffen die uitgedeeld worden aan verschrikkelijke jongeren in Eindhoven. ‘Waar is het respect voor een ander gebleven?’ vraagt hij zich af.
Midden jaren zeventig, een aswoensdagnacht denk ik, want we waren niet meer verkleed, liep ik met een vriend en vriendin over straat. Een groepje jongeren kwam ons tegemoet. ‘Kom, laten we die eens pakken’, hoorde ik en het volgende wat ik weet, is dat ik beet werd gepakt, geslagen en geschopt. Het enige wat ik dacht was: ‘Mijn hoofd!’ en ik hield met beide handen mijn haar vast om te voorkomen dat het uitgerukt werd, terwijl een van de dames op mijn hoofd stond te stampen. Ze droeg gelukkig gymschoenen.
Opeens waren ze verdwenen en mijn vriend zat net als ik wat versuft, hij bloedde, op het asfalt. De heren uit het gezelschap hadden zich met hem beziggehouden. Wat ons schrik aanjoeg, was dat onze, zijn, vriendin verdwenen was. Wat was er met haar gebeurd? Van die nacht herinner ik me vooral zoeken en in en uit het politiebureau lopen, waar weinig aandacht was voor twee in elkaar geslagen tieners.
Ik heb er nooit een gedachte aan gewijd wie de daders waren en waarom ze het deden. Er was geen reden en zij waren niet de moeite waard. Ik had geen gezicht gezien, hun stemmen verrieden een plaatselijke afkomst, maar wat heb je daar aan? Geen van ons drieën is blijvend beschadigd of heeft moeite gekregen met andere mensen om te gaan of over straat te lopen. We zijn wel wijzer geworden.
Het gebeurt wanneer mensen in groepen handelen. Het is van alle tijden en het heeft geen zin om daarover te praten alsof het leven opeens stukken gevaarlijker is geworden. De mens ís gevaarlijk. Het collectieve erop los slaan, of het nu met de vuisten op straat of met woorden in het café, op internet of op papier gebeurt, hoort bij de mens. Het uit zich vooral bij de domme mens, dat zijn overigens de meesten.
Maar de mens is ook verrassend handig en in principe gemotiveerd om te leren en in staat om na te denken over zichzelf. Als je wilt dat de mens verandert, maak hem dan wijzer, ontwikkel zijn empathisch vermogen, leer hem communiceren! Geef hem de beste leraren, de beste leeromgeving en de beste boeken.
Ik blijf het zeggen: ‘Leer hem lezen!’ In de brede zin van het woord. Niet alleen technische codes ontcijferen, maar het geconcentreerde, stille lezen. Wat onze hersenen lezend ervaren is voor hen net zo echt als wanneer ze het werkelijk meemaken. Vergeet nou even dat lezen de fantasie stimuleert – voor onze hersenen is fictie het leven zelf en ons gezonde verstand wordt er wijzer van, zeker als we over onze ervaringen mogen praten.
Boekbladblog 28 januari 2013
Ik las ook de column van een plaatselijke schrijver in het gratis wekelijkse bijpraatkrantje. De woede spatte ervan af. Hij schreef over de zwakke straffen die uitgedeeld worden aan verschrikkelijke jongeren in Eindhoven. ‘Waar is het respect voor een ander gebleven?’ vraagt hij zich af.
Midden jaren zeventig, een aswoensdagnacht denk ik, want we waren niet meer verkleed, liep ik met een vriend en vriendin over straat. Een groepje jongeren kwam ons tegemoet. ‘Kom, laten we die eens pakken’, hoorde ik en het volgende wat ik weet, is dat ik beet werd gepakt, geslagen en geschopt. Het enige wat ik dacht was: ‘Mijn hoofd!’ en ik hield met beide handen mijn haar vast om te voorkomen dat het uitgerukt werd, terwijl een van de dames op mijn hoofd stond te stampen. Ze droeg gelukkig gymschoenen.
Opeens waren ze verdwenen en mijn vriend zat net als ik wat versuft, hij bloedde, op het asfalt. De heren uit het gezelschap hadden zich met hem beziggehouden. Wat ons schrik aanjoeg, was dat onze, zijn, vriendin verdwenen was. Wat was er met haar gebeurd? Van die nacht herinner ik me vooral zoeken en in en uit het politiebureau lopen, waar weinig aandacht was voor twee in elkaar geslagen tieners.
Ik heb er nooit een gedachte aan gewijd wie de daders waren en waarom ze het deden. Er was geen reden en zij waren niet de moeite waard. Ik had geen gezicht gezien, hun stemmen verrieden een plaatselijke afkomst, maar wat heb je daar aan? Geen van ons drieën is blijvend beschadigd of heeft moeite gekregen met andere mensen om te gaan of over straat te lopen. We zijn wel wijzer geworden.
Het gebeurt wanneer mensen in groepen handelen. Het is van alle tijden en het heeft geen zin om daarover te praten alsof het leven opeens stukken gevaarlijker is geworden. De mens ís gevaarlijk. Het collectieve erop los slaan, of het nu met de vuisten op straat of met woorden in het café, op internet of op papier gebeurt, hoort bij de mens. Het uit zich vooral bij de domme mens, dat zijn overigens de meesten.
Maar de mens is ook verrassend handig en in principe gemotiveerd om te leren en in staat om na te denken over zichzelf. Als je wilt dat de mens verandert, maak hem dan wijzer, ontwikkel zijn empathisch vermogen, leer hem communiceren! Geef hem de beste leraren, de beste leeromgeving en de beste boeken.
Ik blijf het zeggen: ‘Leer hem lezen!’ In de brede zin van het woord. Niet alleen technische codes ontcijferen, maar het geconcentreerde, stille lezen. Wat onze hersenen lezend ervaren is voor hen net zo echt als wanneer ze het werkelijk meemaken. Vergeet nou even dat lezen de fantasie stimuleert – voor onze hersenen is fictie het leven zelf en ons gezonde verstand wordt er wijzer van, zeker als we over onze ervaringen mogen praten.
Boekbladblog 28 januari 2013
zaterdag 15 december 2012
Tihange
In je auto springen, raampjes dicht en voor de wind uit rijden, heb ik me laten vertellen.' 'Nee, nee nooit voor de wind uit, altijd haaks op de wind als er een kernramp is! Daarom hangen overal die vaantjes, zodat je kunt zien welke kant het op waait'
Bij ons hangt nergens een vaantje. Het leek me al hartstikke moeilijk om met een natte vinger de richting te bepalen als ik er voor uit moet rijden, maar haaks...
En het is niet ondenkbaar dat het zal moeten, want enkele tientallen kilometers verderop in België staat een steeds gammeler wordend geval dat weliswaar nog niet op ontploffen staat, maar ook niet meer zo betrouwbaar is als in zijn jonge dagen.
Voorzover kerncentrales ooit betrouwbaar kunnen zijn, natuurlijk. Persoonlijk vind ik kerncentrales per definitie onbetrouwbaar, als het nu niet is dan is het wel in de toekomst.
Jongeren leven meer in het nu dan volwassenen, wat niet vreemd is met zoveel toekomst, maar het is wel hun toekomst en niet die van ons. Wij leven in de toekomst die onze ouders voor ons maakten. Een behoorlijk veilige toekomst, waar heel veel heel goed geregeld is en we vrijwel allemaal een dak boven ons hoofd hebben en genoeg te eten. Het heeft ons zelfs de nobelprijs voor de vrede opgeleverd.
Maar jongeren zijn er wel mee bezig. Over die toekomst bestaan veel boeken. Spannende boeken gebouwd op onze volledig ontplofte of doorgemanipuleerde, maar in elk geval kapotgemaakt maatschappij waar een angstaanjagend soort mensen de macht heeft en een groepje jongeren in verzet komt. De Hongerspelen is een bekende, maar Verwelken en Vrees me gaan ook als warme broodjes over de toonbank. Het is in de boeken niet altijd even duidelijk wat er aan de verwoesting van de oude maatschappij ten grondslag lag, maar het is zelden iets dat wij niet kennen.
Kernenergie bijvoorbeeld, kan een heel goede dader zijn. Wanneer het misgaat, wordt het bestaande leven aangetast. Wat overleeft, heeft iets, of geeft iets door aan zijn nakomelingen. En er zijn er altijd die daar een slaatje uit weten te slaan. Misschien gaat het te ver om een dergelijk zwart scenario te verbinden aan een krakkemikkige kerncentrale zo dicht in onze buurt, maar voor de zekerheid zou ik het kreng gewoon sluiten.
Bij ons hangt nergens een vaantje. Het leek me al hartstikke moeilijk om met een natte vinger de richting te bepalen als ik er voor uit moet rijden, maar haaks...
En het is niet ondenkbaar dat het zal moeten, want enkele tientallen kilometers verderop in België staat een steeds gammeler wordend geval dat weliswaar nog niet op ontploffen staat, maar ook niet meer zo betrouwbaar is als in zijn jonge dagen.
Voorzover kerncentrales ooit betrouwbaar kunnen zijn, natuurlijk. Persoonlijk vind ik kerncentrales per definitie onbetrouwbaar, als het nu niet is dan is het wel in de toekomst.
Jongeren leven meer in het nu dan volwassenen, wat niet vreemd is met zoveel toekomst, maar het is wel hun toekomst en niet die van ons. Wij leven in de toekomst die onze ouders voor ons maakten. Een behoorlijk veilige toekomst, waar heel veel heel goed geregeld is en we vrijwel allemaal een dak boven ons hoofd hebben en genoeg te eten. Het heeft ons zelfs de nobelprijs voor de vrede opgeleverd.
Maar jongeren zijn er wel mee bezig. Over die toekomst bestaan veel boeken. Spannende boeken gebouwd op onze volledig ontplofte of doorgemanipuleerde, maar in elk geval kapotgemaakt maatschappij waar een angstaanjagend soort mensen de macht heeft en een groepje jongeren in verzet komt. De Hongerspelen is een bekende, maar Verwelken en Vrees me gaan ook als warme broodjes over de toonbank. Het is in de boeken niet altijd even duidelijk wat er aan de verwoesting van de oude maatschappij ten grondslag lag, maar het is zelden iets dat wij niet kennen.
Kernenergie bijvoorbeeld, kan een heel goede dader zijn. Wanneer het misgaat, wordt het bestaande leven aangetast. Wat overleeft, heeft iets, of geeft iets door aan zijn nakomelingen. En er zijn er altijd die daar een slaatje uit weten te slaan. Misschien gaat het te ver om een dergelijk zwart scenario te verbinden aan een krakkemikkige kerncentrale zo dicht in onze buurt, maar voor de zekerheid zou ik het kreng gewoon sluiten.
Abonneren op:
Posts (Atom)
